| Den Dikke |
|
|
|
|
Heel af en toe, zo’n enkele keren per jaar, geef ik me over aan een vreemde neiging. Vanwaar die komt weet ik niet en al evenmin waarom ik het doe, maar het is telkens weer puur genieten wanneer ik in m ’n zetel kruip met een beker hete thee, een kussen in m ’n rug én … Den Dikke Van Dale. Lukraak open ik het dikke woordenboek en ga op zoek naar woorden die ik nog nooit gehoord of gelezen heb. Steeds weer verbaast het me hoeveel onbekende woorden ik tegenkom. Natuurlijk vergeet ik alweer snel de meeste van die pasontdekte benamingen maar soms blijft er eentje hangen en dan ben ik stiekem trots op dat extra woordje in ‘mijne vocabulaire’. Elk nieuw woord erbij is tenslotte ook weer een woord minder ‘Chinees’, of naargelang je culturele interesse, minder ‘Latijn’. Want zeg nou zelf, onze ‘Vlaamsche’ taal kan toch behoorlijk onverstaanbaar zijn en zelfs een hoog ‘In de ban van de ring-gehalte’. Wat dacht je hiervan: “De neetoor fulmineerde een gorgonische exclamatie en mikte omineus de foezel van tussen haar diasteem recht de kwispedoor in!” Aha! Behalve misschien voor de taalexperten onder ons is dit toch echt wel een zin die tot de verbeelding spreekt, niet? Want die neetoor, dat lijkt wel een angstaanjagend drakerig monster dat het op een weerloos slachtoffer gemunt heeft. Of gaat jouw fantasie een andere kant uit? De ‘echte’ vertaling is anders ook best leuk: “Het chagrijnige, vitzieke mens slaakte woedend een ijzingwekkende uitroep en mikte onheilspellend de slechte jenever van tussen het spleetje in haar boventanden recht het spuwbakje in!” Wie had dat gedacht… Dus een vreemde neiging of niet, het is dankzij Den Dikke Van Dale dat ik nu weet dat ik de fiere bezitster ben van een diasteem, en al drink ik geen jenever, ik vind foezel zo ’n grappig woord dat ik het nooit meer zal vergeten. Ach wat zou het, zolang het niet al te exorbitant en vooral niet al te exhaustief wordt ga ik me echt nog geen zorgen maken! Barbara Tijdschirt VLFP nr 68 - februari 2007 |