Banner
Zeverina PDF Print E-mail
Lang geleden in een ver land woonde er eens een vrouw met de naam ‘Zeverina’. Nog nooit had men er gehoord van die naam. De meeste inwoners van het land hadden een naam die heel anders klonk. Mannen heetten bijvoorbeeld Klunk, Stouw of Flort. De vrouwen hadden meestal namen die heel liefjes klonken zoals Flin, Nai of Ploe. Kortom eenvoudige, duidelijke namen. En nooit, maar dan ook écht nooit werden er namen gehoord met meer dan één lettergreep. Ja, heel af en toe gaf men baby’s en kleine kindjes een extra lettertje, meestal was het de letter i, zodat je een Flini of een Florti op je schoot had. Maar eenmaal dat Flini of Florti zindelijk waren, werd het extra lettertje onverbiddelijk geschrapt. Iedereen in het dorp werd dan ook op de hoogte gebracht van de verandering. Oh wee als iemand dan toch nog per ongeluk Flini of Florti zei, die ongelukkige kreeg ten minste drie volle dagen de rug toegekeerd!

Nu kan je je afvragen waarom ze daar zo vreselijk gevoelig reageerden op namen. Tja, ook ik moet het antwoord schuldig blijven. Oude geschriften geven geen duidelijke verklaring en in het grote Landsboek wordt enkel vermeld dat de inwoners van het land de gewoonten van het land dienden te respecteren. En dàt deden ze met volle overgave. Mannen dienden onder andere steeds een driekwartbroek te dragen en een tweedaagse baard te cultiveren, vrouwen dienden ten alle tijden schoenen met een 3 centimeter hoge hak te dragen en de huissleutel moest aan een touwtje rond hun hals hangen. Geen haar op hun hoofd dat er aan dacht om ook maar één stap van de hun bekende wegen af te wijken. Waarom zouden ze? Hun leven schonk hen allen een diepe rust en tevredenheid. Het leven was simpel en goed.

Je kan je dus best voorstellen dat toen er een vrouw in zo’n vredig dorpje kwam wonen die Zeverina heette, (dat zijn 4 lettergrepen!) en op de koop toe door de week platte(!) schoenen droeg, maar op zondag schoenen met hakken van 5 centimeter (5 centimeter!), het dorp een beetje op stelten stond. Het werd er helaas niet beter op toen een dorpeling ontdekte dat Zeverina haar huissleutel gewoon in de zak van haar rok stopte. Die vrouw maakte het te bont, vonden de dorpelingen, ze hoorde hier niet en ze verstoorde de rust. Sommigen vonden zelfs dat zij een gevaar vormde voor de echte dorpelingen en ze voorspelden groot onheil, ziektes en algeheel moreel verval. Zeverina daarentegen was de rust zelve. Ze kweekte haar eigen groenten, hakte zelf haar brandhout en zorgde goed voor haar kippen en 4 koeien. Ze woonde aan de rand van het dorp en in feite kwam ze slechts 1 maal per maand in het dorp om meel voor haar brood te kopen. En… er was nog iets bijzonders aan Zeverina, ze glimlachte altijd en iedereen die ze tegenkwam kreeg een vriendelijke groet. Als het niet zo treurig was zou het grappig zijn, maar hoe vriendelijker Zeverina was en hoe meer ze glimlachte hoe norser en prikkelbaarder de dorpelingen werden.

De onheilvoorspellers kregen gelijk, het algeheel moreel verval was gestart. Dat zagen ze aan de kinderen van het dorp: vele moeders begonnen te klagen dat hun kinderen ongehoorzaam werden. Zo kreeg de kleine Klurt een klap tegen zijn kop omdat hij bij het avondmaal tot tweemaal toe de naam Zeverina uitsprak, zelfs nadat zijn vader hem had gezegd dat lange namen niet goed waren. Andere ouders werden ongerust omdat hun kinderen op een vrije dag stiekem een hele namiddag bij Zeverina waren geweest. Ze hadden de dieren mogen aaien en kregen koekjes. Zeverina had hen ook verhalen verteld over de vele landen die ze bezocht had. Toen de kinderen ’s avonds thuis kwamen liepen ze over van blijheid en vertelden opgewonden over andere landen met vreemde namen, over mannen met lange baarden en over vrouwen die altijd glinsterende steentjes rond hun hals droegen. Ze vertelden dat er landen waren waar de mensen meer dan één naam hadden en dat er landen bestonden waar men geen huissleutel had omdat de mensen er in tenten woonden. Je kan zelf wel raden hoe de ouders daarop reageerden. De volgende morgen waren er kinderen met rare blauwe plekken en er waren er zelfs die niet goed meer op hun stoel konden zitten.

De volgende avond kwamen de mannen van het dorp in het dorpshuis samen om te bespreken wat er moest gebeuren want zoals het nu ging, daar kon alleen maar grotere narigheid van komen. De problemen waren nu al serieus: kinderen werden onhandelbaar, twee vrouwen in het dorp leden sinds de komst van Zeverina aan appelflauwtes, maar het ergste van al was dat hun gevierde 100-jarige inwoner last kreeg van een zwak hart!
Op de vraag wat de oorzaak was van hun problemen waren de meningen unaniem. Zeverina was de bron van alle kwaad. Voordat zij in het dorp kwam wonen waren er nooit problemen. Zeverina moest weg, zoveel was duidelijk. Er werden die avond verschillende plannen beraamd. Het ene al wat drastischer dan het andere, maar men kwam niet tot een overeenkomst. Zelfs dàt was de schuld van dat vrouwmens … Zonder een plan en behoorlijk slechtgehumeurd gingen de mannen weer naar huis waar nu ook de vrouwen op hun beurt Zeverina de schuld gaven voor hun knorrige, norse mannen. Die nacht nam elke man voor zichzelf het besluit om de volgende morgen dan zèlf maar komaf te maken met die duivelse Zeverina. En zo geschiedde …

De eerste man kwam die ochtend met een mes op straat. De tweede, met een brandende fakkel, sloot zich bij de eerste aan, de derde kwam met het grote Landsboek onder de arm en binnen  de 5 minuten waren alle mannen dan toch samen op weg naar het huisje aan de rand van het dorp. Iedereen in de stoet vertelde aan de ander hoe hij die Zeverina wel eens zou aanpakken. Het vuur in elk van de mannen werd tot één groot laaiend vuur. Hun passen werden met elke stap steviger, de stemmen werden luider en ruwer, de hoofden een paar tinten roder. Op een kleine 50 meter van Zeverina’s huisje hielden ze halt. Als één robuuste blok smeulende onverzettelijkheid stonden ze in stilte naar het huisje te staren en ieder voor zich was bezig de ideale aanvalsmanier uit te stippelen …

Het begon met een frons op het gezicht van de man die een metalen staaf vasthield. Een andere begon peinzend in zijn tweedaagse baard te krabben. Langzaam begon bij elk van de mannen het gevoel te groeien dat er iets niet klopte. De man met de fakkel schraapte even de keel en zei dat het te stil was. En ja, toen merkten ze het allemaal, ze hoorden geen kippen of koeien, geen geluid kwam uit het bakhuis en ook in het woonhuis was alles onnatuurlijk stil. Iemand merkte op dat de meeste luiken waren gesloten en dat er helemaal geen rook uit de schoorsteen kwam. En alsof iemand het startschot had gegeven, kwamen ze allemaal tegelijk in beweging. Ze vonden de voordeur van het slot en ze stapten één voor één naar binnen. Het huis was leeg, de haard was uit en netjes aangeveegd en ook in de kookplaats en slaapplaats was er niets dat erop wees dat Zeverina in het huis woonde, geen vergeten kledingsstuk of restje van een maaltijd was er te vinden. Zeverina was weg. Vanuit het verwarde gemompel steeg hier en daar gegrinnik op en binnen de kortste keren brulden de mannen het uit in luid gejuich en gelach.

Op weg terug naar het dorp was het bos gevuld met opgewonden gepraat en gelach. De vrouwen hoorden hun mannen al van ver aankomen en kwamen hen op het plein opwachten. Ze hoorden hun mannen  roepen dat Zeverina weg was en plots was de lucht gevuld met een uitzinnige blijdschap. Iedereen omhelsde elkaar en riep: ”Ze is weg! Ze is weg!” Die dag werd er een groot feest gehouden op het plein, het beste feest in jaren werd er gezegd. De heerlijke geur van gebraden vlees hing in de lucht, de beste flessen werden geopend en er werd genoten van de verrukkelijkste compotes en speciaal gebakken suikertaarten. Er was muziek, er werd gelachen en gedanst. Vrouwen bonden een nieuw kleurig lintje voor de huissleutel om hun hals en best veel mannen droegen een nieuwe driekwartbroek. Het leven was weer goed. Iedereen was weer gelukkig en tevreden. Niemand die iets zei over Zeverina of haar plotse vertrek. Stilzwijgend had iedereen besloten om nooit nog te herinneren aan die vreselijke vrouw die hun leven kapot maakte. Nooit nog zou haar naam worden uitgesproken. Het huisje aan de rand van het dorp werd de volgende dag afgebroken en binnen de kortste tijd had de natuur de plek overgenomen. Het leek echt alsof Zeverina er nooit was geweest .De mannen en vrouwen wilden en zouden die hele geschiedenis vergeten. En ja, daar zijn ze echt wel in geslaagd.

Maar niet iedereen vergat Zeverina … Want wie had Zeverina het beste gekend? Dat waren de kinderen. Stiekem haalden zij herinneringen op, vertelden elkaar de verhalen over de andere landen met andere mensen en andere gewoonten. Zij zouden Zeverina nooit vergeten en dat kon je jaren later nog merken. Je moest er goed op letten om het te zien, maar de kleine Flin en Nai van toen droegen op hun 16e schoenen waarvan ze stiekem de hakken met een halve centimeter verhoogd hadden. En de jongetjes van toen werden jonge mannen waarbij je toch echt begon te twijfelen of hun baard nu één-twee- of driedaags was. Het dorp veranderde, traag maar wel gestaag. En dat was goed, sommige dingen mogen niet te snel veranderen. En sommige gewoonten blijven het best gewoonten tot de tijd rijp is om ze te veranderen.

Wie zich nu afvraagt wat er met Zeverina is gebeurd en wat er van haar geworden is, die kan ik wel geruststellen. Die middag dat ze haar verhalen aan de kinderen vertelde, wist ze heel goed dat ze snel weer zou vertrekken. Ik denk zelfs dat ze heel bewust gewacht heeft op de kinderen om de verhalen te vertellen en daarna weer stilletjes te verdwijnen. Want zo was Zeverina, ze koos een plek om tijdelijk te wonen om dan heel zorgvuldig haar zaadjes te strooien. En dan was ze weer weg. Ze had er vertrouwen in dat toch een deel van de zaadjes  tot bloei zou komen.

Ik heb geprobeerd het spoor van Zeverina te volgen en al ben ik nog niet echt zeker, toch denk ik dat ik haar gevonden heb in een oud boek met legendes. Men schrijft er over een vrouw met de naam Marikoba. Ze droeg altijd broeken en dat in een streek in het hoge Noorden waar vrouwen nooit een broek dragen…

Barbara

Tijdschrift VLFP nr 85 - mei 2011